Blog Alle berichten
Ir. Natascha Snel
Ir. Natascha Snel
Zorgconsultant
ZorgKeuzeLab

Van enkele keuzehulpen naar ziekenhuisbrede aanpak

Het Reinier de Graaf ziekenhuis in Delft heeft de afgelopen jaren een opvallende sprong gemaakt met de inzet van het aantal keuzehulpen ter ondersteuning van het samen beslissen. Wat begon met een paar keuzehulpen op enkele afdelingen, is uitgegroeid tot een ziekenhuisbrede aanpak waarbij steeds meer specialismen gebruikmaken van keuzehulpen. Suze van der Linde en Kirsten Bouwsema, adviseurs Kwaliteit & Veiligheid, vertellen hoe dat gelukt is en welke lessen ze onderweg leerden.

Enthousiasme van binnenuit

Suze werkt ruim drie jaar in het Reinier de Graaf ziekenhuis, in de rol van senior adviseur Kwaliteit & Veiligheid. Een deel van haar tijd is gewijd aan patiënt- en naastenparticipatie en de coördinatie van de implementatie van digitale keuzehulpen. Kirsten sloot een jaar geleden aan en ondersteunt Suze in dit traject.

Toen Suze begon, waren er al enkele afdelingen bezig met tools ter ondersteuning van het samen beslissen. "Wat ik heel mooi vind om te merken hier, is dat er een duidelijke wens en behoefte is vanuit de zorgverleners. Dat sluit goed aan bij onze werkwijze als afdeling Kwaliteit & Veiligheid: we willen niet iets van bovenaf opleggen, het moet komen vanuit de vraag die bij zorgprofessionals leeft.

Ik merkte dat zorgverleners en patiënten enthousiast waren over digitale keuzehulpen, omdat dit goed aansluit bij de informatiebehoefte van patiënten. Patiënten kunnen zich thuis voorbereiden en hebben meer informatie om (mee) te kunnen beslissen. Dit stelt patiënten en zorgverleners in staat samen een persoonlijk en effectief beslis-gesprek te voeren. De informatie en data in de keuzehulpen volgen de richtlijn en zijn heel secuur ontwikkeld. Zorgverleners durven die informatie met vertrouwen mee te geven aan de patiënt."

Drempels: werkwijze en kosten

Ondanks de wens tot implementatie, verliep de verdere uitrol niet vanzelf. Er waren twee terugkerende drempels. Ten eerste: het vraagt een andere werkwijze. "Digitalisering klinkt makkelijk, maar het vraagt echt een aanpassing van dagelijkse routines en de ervaring om een ander beslis-gesprek te voeren met een beter geïnformeerde patiënt. Dat gaat niet vanzelf, daar moet je tijd en aandacht aan geven."

De tweede drempel was financieel van aard. "Elke nieuwe keuzehulp betekende een aparte aanvraag, een apart budget, en voor veel afdelingen de vraag: is het dit waard? Zorgprofessionals haakten af, niet omdat ze het niet wilden, maar omdat de weg ernaartoe onduidelijk en tijdrovend was."

Gedeelde visie

Suze is uitvoerig met alle stakeholders om tafel gegaan, waaronder ict'ers, managers en zorgverleners, en bracht al die perspectieven samen. Wat zijn de behoeften? Waarom willen we dit? Wat levert het op? "Ik merkte al snel dat er een gedeelde visie was: dit is gewoon de toekomst. De druk op de zorg is hoog, de informatiebehoefte van patiënten en het belang van samen beslissen is groot. Keuzehulpen bieden een mooie kans."

Centrale financiering

"Samen met ZorgKeuzeLab hebben we om tafel gezeten om te kijken naar het huidige gebruik en de mogelijkheden voor een ziekenhuisbrede overeenkomst. Ook de meerwaarde en bewezen effectiviteit uit literatuuronderzoek, ten aanzien van samen beslissen en keuzehulpen, hebben we meegenomen. Evenals ervaringen van onze patiënten en zorgverleners. Medisch managers, die in de ontwikkelfase van keuzehulpen betrokken waren, spraken zich hier positief over uit. Die positieve ervaringen vanuit onze eigen praktijk, droegen enorm bij aan steun voor een ziekenhuisbrede overeenkomst.

'Centrale financiëring nam praktische drempels voor afdelingen weg én versterkte de boodschap dat samen beslissen de standaard is in ons ziekenhuis.'
- Suze van der Linde

Het managementteam gaf aan 'Wij vinden dit als ziekenhuis belangrijk, en nemen de kosten centraal op ons.' Dat was het keerpunt en bood ruimte voor opschaling."

Samen beslissen is de standaard

Het resultaat was voelbaar. Voor afdelingen was, met de centrale financiering, echt een drempel weggenomen. "Bijvoorbeeld voor de ICD keuzehulp. De afdeling wilde heel graag. Dus toen we konden zeggen 'de weg is vrij', zijn ze vol enthousiasme van start gegaan. Dat is precies wat je wilt.

Het centrale budget heeft niet alleen praktische drempels weggenomen, het heeft ook de boodschap versterkt: "Binnen ons ziekenhuis is samen beslissen de standaard."

Lange adem en voelsprieten aan

Kirsten geeft aan dat het opschalingsproces niet onderschat moet worden. "Het is een proces dat langzaam maar gestaag moet groeien. Het vraagt om een lange adem en goede voelsprieten. Wanneer is het juiste moment om erover in gesprek te gaan? Soms is een zorgpad nog zo in ontwikkeling dat een keuzehulp op dat moment geen prioriteit heeft. Dan ligt de focus eerst op 'de basis op orde'. En dat begrijpen we ook, je moet keuzes maken in waar je je tijd en energie aan besteedt.

'Opschaling vraagt om een lange adem en goede voelsprieten. De (door-)ontwikkeling van een zorgpad is een mooi moment om samen het gesprek aan te gaan.'
- Kirsten Bouwsema

Als er een nieuw zorgpad wordt (door-)ontwikkeld, is dat hét moment om een zaadje te planten. Niet met als doel 'we moeten nu een keuzehulp inzetten', maar om met elkaar in gesprek te gaan of een keuzehulp van meerwaarde kan zijn. En als het niet past, dan past het niet, dat kan ook een conclusie zijn. Het is onze rol als adviseur om hier kritisch over mee te denken."

Kracht van verhalen uit de wandelgangen

"We zijn een relatief klein ziekenhuis en de wandelgangen worden écht gebruikt. Als een collega van een andere vakgroep vraagt: hoe doen jullie dat eigenlijk? En het antwoord is 'bij ons werkt dit heel goed', dan werkt dat krachtiger dan welke presentatie ook."

Die dynamiek willen Suze en Kirsten verder versterken. Inspireren in plaats van instrueren. "Mensen zijn inmiddels wel bekend met het begrip samen beslissen. We willen de focus leggen op wat het oplevert, mooie verhalen en concrete resultaten delen.

Een voorbeeld hiervan is het onderzoek van een collega, naar de inzet van de ICD keuzehulp. We zijn benieuwd welke afwegingen zorgverleners zelf maken bij het al dan niet uitreiken van een keuzehulp. Welke aannames spelen daarin mee, bijvoorbeeld rond taalbarrières, gezondheidsvaardigheden of sociaaleconomische achtergrond. Een ander onderwerp dat we graag willen onderzoeken is: maken patiënten andere keuzes na het gebruik van de keuzehulp? Interessant om daar meer over te leren en breder binnen het ziekenhuis en daarbuiten te kunnen delen."

Ambitieus verder

Suze en Kirsten kijken positief terug op de opschaling van afgelopen jaren. Sleutelfactoren hierin zijn het enthousiasme van binnenuit, een breed gedragen visie en een ondersteunende en adviserende rol vanuit Kwaliteit & Veiligheid. Ook de keuze voor centrale financiering heeft geholpen om de implementatie ziekenhuisbreed mogelijk te maken.

Samen beslissen blijft ook de komende jaren een belangrijk thema. "We werken aan een 'toolbox' om zorgprofessionals te inspireren en informeren over de verschillende beschikbare tools ter ondersteuning van samen beslissen. Daarnaast bieden we graag een podium aan alle mooie voorbeelden en initiatieven die er zijn binnen het Reinier de Graaf ziekenhuis, want die verdienen het om gedeeld te worden."

Samen aan de slag!

Ben je bestuurder, projectleider of programma manager en wil je ook breed draagvlak creëren voor samen beslissen in jouw ziekenhuis? Of ben jij zorgverlener en wil je ervaren hoe onze keuzehulpen ondersteunen bij samen beslissen?

Neem dan contact met onze programma manager Sophie Kurk sophie@zorgkeuzelab.nl

Deel dit artikel:
LinkedIn icon Twitter icon

Dr. Sophie Kurk
Dr. Sophie Kurk
Programma manager
ZorgKeuzeLab

Keuzehulpen werken. Maar gebruiken we ze ook?

Keuzehulpen werken - dat staat wetenschappelijk vast. Toch blijft structureel gebruik in de dagelijkse praktijk achter. Niet omdat de tools tekortschieten, maar omdat implementatie te vaak als sluitpost wordt behandeld. Wat maakt het verschil tussen een keuzehulp die echt landt en één die verdwijnt?

De afgelopen jaren is er internationaal substantieel geïnvesteerd in de ontwikkeling van keuzehulpen. Dat is niet zonder reden. Goed ontwikkelde keuzehulpen ondersteunen samen beslissen, vergroten patiëntbetrokkenheid en leiden tot keuzes die beter aansluiten bij de waarden en voorkeuren van individuele patiënten.

De wetenschappelijke onderbouwing is stevig: een recente Cochrane review van Stacey et al. (2024), gebaseerd op 209 gerandomiseerde studies met meer dan 107.000 deelnemers, laat overtuigend zien dat keuzehulpen leiden tot beter geïnformeerde patiënten, een realistischer beeld van kansen en risico's en een actievere rol in de besluitvorming. Daarnaast dragen ze aantoonbaar bij aan minder twijfel en onzekerheid rondom de keuze, betere therapietrouw en minder spijt achteraf.

Ook een uitstekende keuzehulp bereikt de patiënt niet, als de implementatie niet op orde is.

Toch blijft het gebruik in de praktijk structureel achter, met name daar waar keuzehulpen worden ingezet zonder begeleiding bij de implementatie. Uiteraard zijn de kwaliteit en aansluiting bij de actuele richtlijn van de tool belangrijke aspecten. Maar ook een uitstekende keuzehulp bereikt de patiënt niet als de implementatie niet op orde is.

Keuzehulpen zijn beschikbaar voor veel verschillende medische beslissingen en bewezen effectief in grootschalig gerandomiseerd onderzoek. Toch blijft structureel gebruik in de dagelijkse zorgpraktijk achter. De bottleneck is niet de tool maar de implementatie. (Stacey et al., 2024 & Légaré et al., 2018)

Effectiviteit is niet hetzelfde als gebruik

Het onderscheid tussen werkzaamheid en effectiviteit is zorgverleners bekend vanuit de farmacologie: een medicijn kan onder ideale omstandigheden uitstekend werken (perfect use), maar in de dagelijkse praktijk valt het resultaat vaak tegen (typical use). Hetzelfde geldt voor keuzehulpen. De werkzaamheid is aangetoond in grootschalig gerandomiseerd onderzoek. Maar of die werkzaamheid zich ook vertaalt naar effectiviteit in de dagelijkse zorgpraktijk, hangt af van de implementatie.

Uit de literatuur blijkt dat het daarin vaak ontbreekt aan heldere afspraken over wie de keuzehulp aanbiedt, hoe en wanneer dit gebeurt en wie het keuzegesprek voert. Zonder structurele borging verdwijnt de keuzehulp naar de achtergrond, en ontstaat er een kloof tussen wat hij kán leveren en wat hij daadwerkelijk oplevert.

Légaré et al. (2018) bevestigen dit in hun Cochrane review: samen beslissen neemt alleen structureel toe als het actief wordt ondersteund op twee niveaus: Op het niveau van de zorgverlener gaat het om kennis, vaardigheden en motivatie. Op organisatieniveau gaat het om het inbedden in werkprocessen, het beleggen van verantwoordelijkheid en het scheppen van de juiste randvoorwaarden.

Hæe et al. (2022) laten zien wat er gebeurt als dat wél op orde is: daar waar keuzehulpen expliciet werden ingebed in het zorgpad en zorgverleners actief betrokken waren, gaf driekwart van de clinici aan dat het gesprek over behandelopties aantoonbaar verbeterde. Het verschil zat niet in de kwaliteit van de tool, maar in de manier waarop hij werd ingevoerd.

Samen beslissen neemt alleen structureel toe als het actief wordt ondersteund op twee niveaus: op het niveau van de zorgverlener en op organisatieniveau.
Kennis uit ontwikkeling als onderschatte implementatiefactor

Een factor die in de implementatieliteratuur regelmatig onderbelicht blijft, is contextkennis: hoe ziet het zorgpad er in de praktijk uit? Dat verschilt per ziekenhuis en per afdeling. In de implementatiefase moet samen met het team in kaart worden gebracht op welk moment de klinische beslissing valt, welke vragen bij patiënten leven en hoe zorgverleners het gesprek voeren.

In het ontwikkeltraject wordt, in samenwerking met zorgverleners en patiënten(verenigingen), diepgaand inzicht verkregen in de klinische context: welke behandelopties relevant zijn, welke afwegingen patiënten maken en welke informatie zij nodig hebben om tot een weloverwogen keuze te komen. Die kennis vormt niet alleen de basis voor een goede tool, maar ook voor de implementatie — ze maakt het mogelijk om draagvlak te creëren, ook bij zorgverleners die niet bij de ontwikkeling betrokken waren. Structurele samenwerking met medisch specialisten en patiëntenverenigingen is daarvoor essentieel: niet als eenmalige inspanning, maar als doorlopend partnerschap waarbij richtlijnupdates direct worden vertaald naar de keuzehulp.

Zonder die verbinding blijft een keuzehulp een losstaande tool in plaats van een geïntegreerd onderdeel van het zorgproces.

Wat werkt wél?

Uit onderzoek en praktijkervaring zien we een eenduidig beeld. Wat succesvolle implementatie onderscheidt, is terug te brengen tot vier elementen:

Draagvlak en duidelijk eigenaarschap

Betrek het hele team vanaf de start van het implementatietraject. Zet het doel centraal en ga in gesprek over eventuele zorgen of drempels. In de praktijk zijn vaak meerdere zorgverleners betrokken bij het aanbieden van een keuzehulp. Juist daarom is het van belang dat er binnen het team een ambassadeur is die die collega's aanspreekt op gebruik, knelpunten signaleert en de continuïteit bewaakt. Zonder die teamgerichte coördinerende rol verwatert de verantwoordelijkheid.

Inbedding in het zorgpad

De keuzehulp is geen optionele toevoeging, maar een vast en geprotocolleerd onderdeel van het zorgproces: aangeboden op het klinisch relevante beslismoment, door de daartoe aangewezen zorgverleners. Op die manier creëer je ruimte voor het samen beslissen.

Training en ondersteuning

Een keuzehulp werkt alleen als zorgverleners weten hoe zij samen beslissen goed toepassen en hoe de keuzehulp daarin ondersteunt. Daarbij is het belangrijk te erkennen dat zorgverleners en patiënten samen beslissen vaak verschillend ervaren. Uit de Transparantiemonitor van het Nivel (Zagt et al., 2023) blijkt dat de door patiënten ervaren mate van samen beslissen al jaren stabiel blijft, ondanks de vele inspanningen. Zo is slechts 37% van de patiënten het sterk eens met de stelling dat arts en patiënt de behandelopties samen grondig afwegen. Die kloof vraagt om bewustwording én vaardigheidstraining — niet alleen over de keuzehulp zelf, maar over het voeren van een werkelijk gelijkwaardig gesprek.

Of patiënten de keuzehulp gebruiken, hangt sterk af van de introductie: wat wordt er gezegd bij het uitreiken, hoe worden patiënten geactiveerd om in te loggen en is duidelijk hoe de informatie terugkomt in het gesprek. Stacey et al. (2024) laten bovendien zien dat keuzehulpen die vóór het beslisconsult worden aangeboden de gespreksduur niet verlengen — en soms zelfs verkorten, doordat de patiënt beter voorbereid het gesprek in gaat.

Monitoring van gebruik

Effectieve implementatie vraagt om systematische meting. Hoeveel patiënten ontvangen de keuzehulp daadwerkelijk? Hoeveel loggen in, doorlopen de volledige tool en keren terug? Die cijfers krijgen betekenis wanneer ze worden afgezet tegen vooraf gestelde doelen. Doelen die het team zelf formuleert en die richting geven aan bijsturing. Zonder die meetcyclus blijft implementatie een inspanning zonder terugkoppeling. De cijfers bieden een goede basis om samen het gesprek aan te gaan over wat er goed gaat en waar nog verbetering mogelijk is.

Structureel gebruik van keuzehulpen vereist interventies op meerdere niveaus tegelijk: de individuele zorgverlener, de organisatie én het zorgpad. Interventies die slechts één niveau aanspreken, hebben aantoonbaar minder effect. (Légaré et al., 2018)

De effectiviteit van keuzehulpen staat buiten kijf. De uitdaging ligt in de volgende stap: structureel gebruik in de dagelijkse zorgpraktijk. Dat is geen vanzelfsprekendheid. Dit is het resultaat van bewuste keuzes op het niveau van zorgverleners, teams en organisaties om implementatie serieus te nemen, niet als afrondende stap, maar als integraal onderdeel van het proces.

Pas wanneer een keuzehulp vanzelfsprekend onderdeel is van het zorgproces, levert hij wat hij belooft: betere gesprekken, meer waardegerichte keuzes en zorg die écht aansluit bij wat voor de individuele patiënt belangrijk is.

Samen aan de slag!

Ben je geïnspireerd geraakt en herken je de implementatiekloof in jouw eigen organisatie? We denken graag met je mee over wat er echt voor nodig is om samen structureel te verankeren in de praktijk.

Ben je bestuurder, projectleider of programma manager en wil je breed draagvlak creëren voor samen beslissen in jouw ziekenhuis? Of ben jij zorgverlener en wil je ervaren hoe onze keuzehulpen ondersteunen bij samen beslissen?

Neem dan contact met me op via sophie@zorgkeuzelab.nl

Bronnen
  1. Stacey D et al. (2024). Decision aids for people facing health treatment or screening decisions. Cochrane Database of Systematic Reviews.
  2. Légaré F et al. (2018). Interventions for increasing the use of shared decision making by healthcare professionals. Cochrane Database of Systematic Reviews.
  3. Hæe M et al. (2022). Development, implementation and evaluation of patient decision aids supporting shared decision making in women with recurrent ovarian cancer. PEC Innovation.
  4. Elwyn G (2021). Shared decision making: What is the work? Patient Education and Counseling.
  5. Zagt, A., Friele, R., Jong, J. de, Bos, N. (2023). Door patiënten ervaren mate van samen beslissen stabiel. De Transparantiemonitor 2023. Utrecht: Nivel.
Deel dit artikel:
LinkedIn icon Twitter icon

A.M. Pierik-van Roest
A.M. Pierik-van Roest
Verpleegkundig specialist
UMC Utrecht

“Een goed gesprek vormt de basis van goede zorg”

Ik ben Anne-Marie Pierik-van Roest, verpleegkundig specialist op de afdeling oncologische urologie van het Universitair Medisch Centrum Utrecht. Samen met ZorgKeuzeLab en een projectgroep van oncologisch experts door heel Nederland en vertegenwoordigers van de patiëntenvereniging blaas- of nierkanker ontwikkelen we een keuzehulp voor patiënten met (gemetastaseerd) urotheelcarcinoom.

Mijn loopbaan begon ooit in de psychologie, waar ik ruim acht jaar gewerkt heb als psycholoog voordat ik de overstap maakte naar de verpleegkunde en later de opleiding tot verpleegkundig specialist afrondde. In mijn huidige functie komen deze twee achtergronden, psychologie en algemene gezondheidszorg, mooi samen. Ik coach de individuele patiënt waarbij de identiteit van de patiënt centraal staat in plaats van de ziekte en ik streef er naar passende en gepersonaliseerde zorg te bieden.

Sinds vorig jaar combineer ik mijn werk met een PhD-traject. Een van de onderwerpen is de ontwikkeling van een keuzehulp voor patiënten met (gemetastaseerd) urotheelcarcinoom, dat ik samen met ZorgKeuzeLab en een projectgroep van oncologisch experts door heel Nederland en vertegenwoordigers van de patiëntenvereniging blaas- of nierkanker aan het bouwen ben. Deze keuzehulp moet patiënten en zorgverleners gaan ondersteunen in het samen maken van een behandelkeuze.

Waarom een keuzehulp?

Het therapeutisch landschap voor gemetastaseerd urotheelcarcinoom verandert razend snel. Dit is voor de patiënten een zeer goede ontwikkeling, maar het uitbreiden van het behandelarsenaal maakt het opstellen van een gepersonaliseerd behandelplan door de zorgprofessionals ook steeds complexer. Een keuzehulp en goed overzicht van de verschillende behandelingsopties is er op dit moment nog niet voor patiënten. Voor patiënten is het belangrijk om een duidelijk en volledig overzicht hebben van hun diverse behandelopties. Ook is het essentieel dat ze actief kunnen meedenken en meebeslissen bij het opstellen van een behandelplan. De voorkeuren van patiënten spelen wat mij betreft een belangrijke centrale rol.

'De voorkeuren van patiënten spelen wat mij betreft een belangrijke centrale rol bij het opstellen van een behandelplan.'

Een goed gesprek vormt de basis van goede zorg. Dit geldt zeker in deze kwetsbare fase, waarin de behandeling een palliatief doel heeft. De ernst van de ziekte kan de besluitvaardigheid van patiënten verminderen, waardoor het lastiger wordt om kwaliteit van leven af te wegen tegen mogelijke voordelen van een actieve behandeling.

Ontwikkeling met en voor patiënten

Patiënten en naasten worden actief betrokken bij het onderzoek. In het eerste deel van het onderzoek heb ik patiënten geïnterviewd met als doel inzicht te krijgen hoe zij het huidige zorgproces ervaren rondom de behandelbesluitvorming, met speciale aandacht voor de informatievoorziening over behandelopties en besluitvormingsproces zelf.

In de interviews noemen patiënten en naasten dat de diagnostiekfase als een achtbaan voelt. Ook hebben ze tijd nodig om de diagnose te laten landen voordat er ruimte is om informatie te horen over wat de behandelmogelijkheden zijn en wat deze vervolgens betekenen voor hen.

Zoals patiënten aangaven: "Ik weet nog dat ik de eerste paar minuten gewoon heel stil was. Je weet niet hoe je precies hierop moet reageren. Het is heel moeilijk, de luiken vielen een beetje dicht." en "Ik mis het overzicht nu ik heb gehoord dat ik uitgezaaide blaaskanker heb: wat is er voor mij mogelijk aan behandeling."

'Patiënten kunnen zich met de keuzehulp beter voorbereiden op het behandelkeuzegesprek, wat de gelijkwaardigheid in het gesprek zal vergroten.'

Verwacht wordt dat een keuzehulp met daarin een overzicht van de behandelopties, de werking en bijwerkingen, de patiënt ondersteunt. De patiënt kan later thuis ook formuleren wat voor hem of haar belangrijk is in het leven. Dit helpt om samen met de behandelaar tot een weloverwogen keuze te komen binnen het proces van gezamenlijke besluitvorming. Patiënten kunnen zich zo beter voorbereiden op het behandelkeuzegesprek, wat de gelijkwaardigheid in het gesprek zal vergroten.

In het volgende deel van het onderzoek wil ik uitvragen hoe patiënten de keuzehulp ervaren: is deze gebruiksvriendelijk en is de tekst begrijpelijk?

Waar staan we nu?

In de afgelopen maanden is, met behulp van de projectgroep, ZorgKeuzeLab en de inzichten uit het behoefteonderzoek, de tekst voor de keuzehulp opgesteld. Deze keuzehulp wordt op dit moment technisch gebouwd door ZorgKeuzeLab.

De volgende stap is het gebruikersonderzoek. De gebruiksvriendelijkheid en toepasbaarheid van de keuzehulp wordt getest met zowel patiënten als zorgprofessionals. De resultaten van deze testfase gebruiken we om de keuzehulp verder te optimaliseren.

Meer weten over de keuzehulp uitgezaaide blaaskanker?

Neem gerust contact met mij op:
drs. Anne-Marie Pierik-van Roest, verpleegkundig specialist en PhD kandidaat via a.m.vanroest-4@umcutrecht.nl

Deel dit artikel:
LinkedIn icon Twitter icon

Ir. Regina The
Ir. Regina The
Algemeen directeur
ZorgKeuzeLab

“Goede zorg begint bij een goed gesprek”

Na 13 jaar neemt mede-oprichter Klemens Karssen afscheid van zijn rol binnen ZorgKeuzeLab. Een moment van terugblikken én vooruitkijken, dat samenvalt met een belangrijke overgang: ZorgKeuzeLab is de startupfase voorbij en bevindt zich in de opschalingsfase.

Wat begon vanuit een inhoudelijke overtuiging: samen beslissen moet vanzelfsprekend zijn, groeide uit tot een organisatie die met zorgprofessionals, patiëntenorganisaties en wetenschappelijke partners keuzehulpen ontwikkelt en implementeert in de dagelijkse zorgpraktijk.

We spraken Klemens over het begin, de groei en het moment waarop loslaten logisch werd.

Weet je nog wanneer je dacht: “Hier moeten we iets mee”?

“Dat moment weet ik nog heel goed. Ik hoorde dat er voor Parkinson drie behandelingen waren, maar dat je, afhankelijk van het ziekenhuis waar je kwam, soms maar over één van de drie werd geïnformeerd. Toen dacht ik: het zou toch veel eerlijker zijn als je over alle opties hoort, ongeacht waar je binnenloopt.

Daarnaast sprak ik de partner van een parkinsonpatiënt. Zij vertelde hoe sterk het karakter van haar partner was veranderd door de behandeling, iets waar ze zich vooraf niet bewust van waren. De impact van zo’n behandeling is enorm. Dan is het toch logisch dat je als patiënt kunt meebeslissen over wat het beste bij je past?

Door samen beslissen en expliciet maken wat je belangrijk vindt, word je in de spreekkamer veel meer als mens gezien dan als patiënt. Als ontwerper voelde ik me op mijn plek als brug tussen zorgverlener, patiënt en naaste. Samen een oplossing creëren die voor alle partijen van grote meerwaarde is in elke stap van het gezamenlijke keuzeproces. Het geeft me veel voldoening dat we daaraan hebben kunnen bijdragen.”

Als je terugkijkt op 13 jaar ZorgKeuzeLab, wat is je het meest bijgebleven?

“Hoe fijn het is om met een warm, hecht team keihard te werken aan dezelfde missie. Elkaar vertrouwen én samen veel lol hebben. Dat maakte de verantwoordelijkheid en het harde werken de moeite waard.”

'Met een warm, hecht team keihard werken aan dezelfde missie. Dat maakte de verantwoordelijkheid de moeite waard.'
Wat zien mensen van buitenaf misschien niet, maar was cruciaal voor het succes?

“Mijn wens om het zo eenvoudig mogelijk te houden. We zijn een klein team, dus het onderhoud van alles wat we maken moet behapbaar blijven. Dat kan alleen als je heel scherp weet wat je doelen zijn, focus houdt en bewust dicht bij de kern blijft. Complexiteit vermijden waar het kan. Dat klinkt simpel, maar vraagt discipline.”

Wanneer voelde je: we zijn een andere fase ingegaan?

“Toen we de behoefte voelden om ons aan te sluiten bij Performation als grote partij in de zorg. We kregen momentum in de opschaling van ontwikkeling en implementatie van keuzehulpen. Dan merk je dat we zijn verschoven van pionieren naar opschalen. Ik ben me er bewust van geweest dat in deze fase andere dingen komen kijken dan bij de start-up fase. We wilden sneller kunnen uitbreiden en professionaliseren. Opschalen vraagt andere structuren en andere verantwoordelijkheden.”

Wat maakt dit voor jou een logisch moment om een stap terug te doen?

“Performation is een grote, ervaren organisatie. Door de aansluiting kon ik mijn verantwoordelijkheden goed overdragen aan mensen die ZorgKeuzeLab weer een stap verder kunnen brengen. Dat maakt dit voor mij een logisch moment om ruimte te maken voor de volgende fase.”

Wat heeft het oprichten van ZorgKeuzeLab jou gebracht?

“Ik had 13 jaar geleden niet durven hopen dat we van een idee met een visie konden komen tot een bedrijf met een product dat dagelijks wordt ingezet in meer dan 50 ziekenhuizen in Nederland. Dat patiënten en zorgverleners er echt mee werken. Terwijl Regina en ik zelf niet uit de zorg komen.

'Ik had niet durven hopen dat we van een idee met een visie konden komen tot een bedrijf met een product dat dagelijks wordt ingezet in meer dan 50 ziekenhuizen in Nederland.'

En dat ik dit heb mogen doen met zo’n fijn team en partners die elke dag plezier brachten, ook als het soms zwaar was – dat is misschien nog wel het meest waardevol.”

Wat is de belangrijkste les die je meeneemt?

“Met een doel, een set goede uitgangspunten en uithoudingsvermogen kom je heel ver, als er ook een brede groep intrinsiek gemotiveerde mensen zijn die hier bij aansluiten. Zonder de goede relaties met onze medisch partners, patientenorganisaties en mensen in de ziekenhuizen zouden we nooit tot echte impact zijn gekomen.”

Over ZorgKeuzeLab

ZorgKeuzeLab ontwikkelt en implementeert onafhankelijke, wetenschappelijk onderbouwde keuzehulpen die patiënten ondersteunen bij het maken van behandelkeuzes die passen bij hun situatie en waarden.

Samen met zorgprofessionals, patiëntenorganisaties en wetenschappelijke partners werkt ZorgKeuzeLab aan het structureel verankeren van samen beslissen in de dagelijkse zorgpraktijk.

Na de pioniersfase ligt de focus de komende jaren op verdere opschaling en borging, met dezelfde missie en koers: goede zorg begint bij een goed gesprek.

Met dank aan Klemens Karssen voor zijn jarenlange inzet, zijn rol in het bouwen van een sterke interne basis en zijn bijdrage aan waar ZorgKeuzeLab vandaag staat!

Deel dit artikel:
LinkedIn icon Twitter icon