De afgelopen jaren is er internationaal substantieel geïnvesteerd in de ontwikkeling van keuzehulpen. Dat is niet zonder reden. Goed ontwikkelde keuzehulpen ondersteunen samen beslissen, vergroten patiëntbetrokkenheid en leiden tot keuzes die beter aansluiten bij de waarden en voorkeuren van individuele patiënten.
De wetenschappelijke onderbouwing is stevig: een recente Cochrane review van Stacey et al. (2024), gebaseerd op 209 gerandomiseerde studies met meer dan 107.000 deelnemers, laat overtuigend zien dat keuzehulpen leiden tot beter geïnformeerde patiënten, een realistischer beeld van kansen en risico's en een actievere rol in de besluitvorming. Daarnaast dragen ze aantoonbaar bij aan minder twijfel en onzekerheid rondom de keuze, betere therapietrouw en minder spijt achteraf.
Toch blijft het gebruik in de praktijk structureel achter, met name daar waar keuzehulpen worden ingezet zonder begeleiding bij de implementatie. Uiteraard zijn de kwaliteit en aansluiting bij de actuele richtlijn van de tool belangrijke aspecten. Maar ook een uitstekende keuzehulp bereikt de patiënt niet als de implementatie niet op orde is.
Keuzehulpen zijn beschikbaar voor veel verschillende medische beslissingen en bewezen effectief in grootschalig gerandomiseerd onderzoek. Toch blijft structureel gebruik in de dagelijkse zorgpraktijk achter. De bottleneck is niet de tool maar de implementatie. (Stacey et al., 2024 & Légaré et al., 2018)
Het onderscheid tussen werkzaamheid en effectiviteit is zorgverleners bekend vanuit de farmacologie: een medicijn kan onder ideale omstandigheden uitstekend werken (perfect use), maar in de dagelijkse praktijk valt het resultaat vaak tegen (typical use). Hetzelfde geldt voor keuzehulpen. De werkzaamheid is aangetoond in grootschalig gerandomiseerd onderzoek. Maar of die werkzaamheid zich ook vertaalt naar effectiviteit in de dagelijkse zorgpraktijk, hangt af van de implementatie.
Uit de literatuur blijkt dat het daarin vaak ontbreekt aan heldere afspraken over wie de keuzehulp aanbiedt, hoe en wanneer dit gebeurt en wie het keuzegesprek voert. Zonder structurele borging verdwijnt de keuzehulp naar de achtergrond, en ontstaat er een kloof tussen wat hij kán leveren en wat hij daadwerkelijk oplevert.
Légaré et al. (2018) bevestigen dit in hun Cochrane review: samen beslissen neemt alleen structureel toe als het actief wordt ondersteund op twee niveaus: Op het niveau van de zorgverlener gaat het om kennis, vaardigheden en motivatie. Op organisatieniveau gaat het om het inbedden in werkprocessen, het beleggen van verantwoordelijkheid en het scheppen van de juiste randvoorwaarden.
Hæe et al. (2022) laten zien wat er gebeurt als dat wél op orde is: daar waar keuzehulpen expliciet werden ingebed in het zorgpad en zorgverleners actief betrokken waren, gaf driekwart van de clinici aan dat het gesprek over behandelopties aantoonbaar verbeterde. Het verschil zat niet in de kwaliteit van de tool, maar in de manier waarop hij werd ingevoerd.
Een factor die in de implementatieliteratuur regelmatig onderbelicht blijft, is de kennis over hoe het zorgpad er in de praktijk uitziet. Het zorgpad verschilt per ziekenhuis en per afdeling. Dit vraagt om maatwerkaanpak. In de implementatiefase moet samen met het team in kaart gebracht worden op welk moment de klinische beslissing valt, welke vragen en onzekerheden bij patiënten leven, en hoe zorgverleners het gesprek feitelijk voeren. Die contextgerichte aanpak is onmisbaar voor structureel gebruik.
Daarnaast speelt de inhoudelijke kennis die is opgebouwd tijdens de ontwikkeling van een keuzehulp een belangrijke rol. In het ontwikkeltraject wordt, in samenwerking met zorgverleners en patiënten(verenigingen), diepgaand inzicht verkregen in de klinische context: welke behandelopties relevant zijn, welke afwegingen patiënten maken en welke informatie zij nodig hebben om tot een weloverwogen keuze te komen.
Die kennis is niet alleen de basis voor een goede keuzehulp, maar ook een waardevolle basis voor de implementatie. Die kennis maakt het mogelijk om zorgverleners die niet bij de ontwikkeling betrokken waren te overtuigen en breed draagvlak te creëren. Juist dat draagvlak is essentieel: bij updates of nieuwe versies moet de kwaliteit en het gedeelde eigenaarschap geborgd blijven, anders verwatert het gebruik.
Structurele samenwerking met medisch specialisten en patiëntenverenigingen is daarvoor de sleutel — niet als eenmalige inspanning, maar als doorlopend partnerschap. Partners die daarin investeren koppelen updates in richtlijnen direct aan de keuzehulp en verbeteren zo continu de praktijkrelevantie, van ontwikkeling en implementatie tot training, monitoring en feedbackverwerking.
Zonder die structurele verbinding blijft een keuzehulp een losstaande tool in plaats van een geïntegreerd onderdeel van het zorgproces.
Uit onderzoek en praktijkervaring zien we een eenduidig beeld. Wat succesvolle implementatie onderscheidt, is terug te brengen tot vier elementen:
Betrek het hele team vanaf de start van het implementatietraject. Zet het doel centraal en ga in gesprek over eventuele zorgen of drempels. In de praktijk zijn vaak meerdere zorgverleners betrokken bij het aanbieden van een keuzehulp. Juist daarom is het van belang dat er binnen het team een ambassadeur is die die collega's aanspreekt op gebruik, knelpunten signaleert en de continuïteit bewaakt. Zonder die teamgerichte coördinerende rol verwatert de verantwoordelijkheid.
De keuzehulp is geen optionele toevoeging, maar een vast en geprotocolleerd onderdeel van het zorgproces: aangeboden op het klinisch relevante beslismoment, door de daartoe aangewezen zorgverleners. Op die manier creëer je ruimte voor het samen beslissen.
Een keuzehulp werkt alleen als zorgverleners weten hoe zij het samen beslissen goed toepassen. En op welke wijze de keuzehulp hierin kan ondersteunen. Bij samen beslissen is het allereerst belangrijk om patiënten bewust te maken dat er een keuze te maken is en dat hun mening hierbij van belang is.
Daarbij is het belangrijk te erkennen dat zorgverleners en patiënten samen beslissen vaak verschillend ervaren. Uit de Transparantiemonitor van het Nivel (Zagt et al., 2023) blijkt dat de door patiënten ervaren mate van samen beslissen al jaren stabiel blijft, ondanks de vele inspanningen om dit te bevorderen. Zo is slechts 37% van de patiënten het sterk eens met de stelling dat arts en patiënt de behandelopties samen grondig afwegen.
Deze kloof onderstreept de noodzaak van zowel bewustwording als gerichte vaardigheidstraining. Het gaat daarbij niet alleen om kennis van en werken met de keuzehulp zelf, maar vooral om het ontwikkelen van vaardigheden die nodig zijn om een werkelijk gelijkwaardig gesprek te voeren.
Of patiënten de keuzehulp gebruiken, hangt samen met de wijze van introduceren: wat wordt er gezegd bij het uitreiken, hoe worden patiënten geactiveerd om in te loggen en is het voor patiënten duidelijk op welke wijze de informatie uit de keuzehulp weer besproken wordt met de zorgverlener. Die introductie bepaalt in grote mate of de keuzehulp daadwerkelijk wordt gebruikt. Stacey et al. (2024) laten bovendien zien dat keuzehulpen die vóór het beslisconsult worden aangeboden de gespreksduur niet verlengen, en soms zelfs verkorten, doordat de patiënt beter voorbereid het gesprek ingaat.
Effectieve implementatie vraagt om systematische meting. Hoeveel patiënten ontvangen de keuzehulp daadwerkelijk? Hoeveel loggen in, doorlopen de volledige tool en keren terug? Die cijfers krijgen betekenis wanneer ze worden afgezet tegen vooraf gestelde doelen. Doelen die het team zelf formuleert en die richting geven aan bijsturing. Zonder die meetcyclus blijft implementatie een inspanning zonder terugkoppeling. De cijfers bieden een goede basis om samen het gesprek aan te gaan over wat er goed gaat en waar nog verbetering mogelijk is.
Structureel gebruik van keuzehulpen vereist interventies op meerdere niveaus tegelijk: de individuele zorgverlener, de organisatie én het zorgpad. Interventies die slechts één niveau aanspreken, hebben aantoonbaar minder effect. (Légaré et al., 2018)
De effectiviteit van keuzehulpen staat buiten kijf. De uitdaging ligt in de volgende stap: structureel gebruik in de dagelijkse zorgpraktijk. Dat is geen vanzelfsprekendheid. Dit is het resultaat van bewuste keuzes op het niveau van zorgverleners, teams en organisaties om implementatie serieus te nemen, niet als afrondende stap, maar als integraal onderdeel van het proces.
Pas wanneer een keuzehulp vanzelfsprekend onderdeel is van het zorgproces, levert hij wat hij belooft: betere gesprekken, meer waardegerichte keuzes en zorg die écht aansluit bij wat voor de individuele patiënt belangrijk is.
Ben je geïnspireerd geraakt en herken je de implementatiekloof in jouw eigen organisatie? We denken graag met je mee over wat er echt voor nodig is om samen structureel te verankeren in de praktijk.
Ben je bestuurder, projectleider of programma manager en wil je breed draagvlak creëren voor samen beslissen in jouw ziekenhuis? Of ben jij zorgverlener en wil je ervaren hoe onze keuzehulpen ondersteunen bij samen beslissen?
Neem dan contact met me op via sophie@zorgkeuzelab.nl